De nieuwe afschrijvingen

Hoe werken de nieuwe afschrijvingen?

Afschrijvingen op bedrijfsmiddelen

Onlangs zijn de afschrijvingsregels met terugwerkende kracht per 8 maart 2010 gewijzigd.  Onderstaand hebben wij de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. De wijzigingen zijn zowel van toepassing voor de inkomstenbelasting (eenmanszaak, v.o.f. enz.) als voor de vennootschapsbelasting (B.V. enz.).

Berekenen van de maximale afschrijving

Het maximale afschrijvingspercentage voor goodwill bedraagt 10% per jaar. Het maximale afschrijvingspercentage voor alle overige bedrijfsmiddelen (materiële vaste activa) bedraagt maximaal 20% per jaar. Bij de berekening van het maximale afschrijvingspercentage hoeft geen rekening te worden gehouden met de restwaarde, hierbij dient echter wel onderscheid gemaakt te worden tussen het maximale afschrijvingspercentage en het jaarlijkse afschrijvingsbedrag.

Hoe berekend u nu het jaarlijkse afschrijvingsbedrag?

Voorheen kon u afschrijven op basis van de economische levensduur en de restwaarde. Dit is echter gewijzigd, de afschrijvingen bepaald u nu nog steeds op deze wijze echter kan het afschrijvingsbedrag nooit hoger zijn dan het geldende maximum.

Voorbeeld nieuwe afschrijvingsberekening bedrijfsmiddel:

Uitgangspunten: Investering € 40.000, restwaarde € 10.000, economische levensduur 3 jaar.

In de oude situatie schreef u dan (€ 40.000 – € 10.000) / 3 jaar is € 10.000 per jaar af.
In de nieuwe situatie bedraagt het maximum echter 20% van € 40.000 is € 8.000 per jaar.

Vaak wordt er geroepen dat u sinds de nieuwe regeling dient af te schrijven in minimaal 5 jaar. Dat is niet juist.
In het voorbeeld wordt er afgeschreven in 3 jaar en 9 maanden (van € 40.000 naar € 10.000 is € 30.000 afschrijven, in 3 jaren x € 8.000 en de resterende € 6.000 in 9 maanden. In dit geval dus binnen 4 jaar!

Afschrijving van voortbrengingskosten (immateriële activa)

Voorbrengingskosten van immateriele vaste activa mogen in het jaar waarin deze zijn gemaakt in één keer worden afgeschreven. Daarnaast mogen de kosten die eerder ten laste van de winst hadden kunnen worden gebracht alsnog op een later moment in één keer worden afgeschreven echter nooit later dan in het jaar van ingebruikname.
Het beogen van incidenteel fiscaal voordeel is niet toegestaan.

Afschrijving gebouwen/onroerend goed

Op panden in eigen gebruik mag worden afgeschreven tot maximaal 50% van de WOZ-waarde.
Voor verhuurde panden (ter beschikking gestelde / beleggingspanden) mag maximaal worden afgeschreven tot 100% van de WOZ-waarde.

Bovenstaand treft u de hoofdregels aan, het is helaas niet mogelijk om alle uitzonderingen en overgangsregelingen hier op te nemen. Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen.

Geef een reactie